Geschiedenis

Inleidende Geschiedenis van de Vijf Tibetaanse Tradities van het Boeddhisme en Bön:


Om de geschiedenis te onderzoeken, moeten we naar de zevende eeuw van een Gemeenschappelijke Era teruggaan. Aan het begin van deze eeuw, veroverde een koning van Centraal Tibet genoemd Songtsen-Gampo het Westelijke Tibetaanse koninkrijk van Zhang-Zhang-Zhung en creėerde het eerste verenigde Tibetaans Imperium.
De manier om in die dagen een imperium te verenigen kwam voort wanneer een koning prinsessen van een nabijgelegen koninkrijken huwde – De naburige koningen zouden dan minder snel de paleizen aanvallen waar hun dochters leefden. Keizer Songtsen-Gampo huwde prinsessen vanuit China, Nepal, en Zhang-Zhang-Zhung. Deze prinsessen brachten met hen mee de godsdiensten van hun inheemse landen.
De prinsessen uit China en Nepal namen Boeddhistische teksten mee en de prinses uit Zhang-Zhang-Zhung bracht de Bonovertuiging met zich mee. Bon was de godsdienst in Zhang-Zhang-Zhung.

Als we vanuit een Westelijk historisch oogpunt kijken, had het Boeddhisme niet veel invloed in deze vroegste periode. De belangrijkste ontwikkeling was dat deze eerste keizer dertien Boeddhistische tempels in zijn domein liet bouwen. De kaart van Tibet werd namelijk gezien als een vrouwelijk demon liggend op de aarde. Dertien punten kiezend op het lichaam van de demon (zoals acupunctuurpunten) droeg de keizer op om op deze punten tempels te bouwen om op die manier de energie van de demon binnen Tibet te onderwerpen en te controleren. Zo ontstond het Boeddhisme in het Land van Sneeuw.

Songtsen-Gampo

Om zijn imperium verder te verenigen, wenste Songtsen-Gampo een alfabet te hebben voor het schrijven van de Tibetaanse taal. Daarom stuurde hij zijn minister, Togmey-Sambhota er op uit om het alfabet uit Khotan te halen.(niet vanuit India, zoals vaak in de traditionele Tibetaanse geschiedenissen wordt verklaard.) Khotan was het Boeddhistisch koninkrijksnoorden Westelijk van Tibet in Centraal Aziė.
De route naar Khotan die de minister nam liep door Kashmir. Toen hij daar aankwam, ontdekte hij dat de meester die hij in Khotan zou ontmoeten al in Kashmir aanwezig was. Zo evolueerde het verhaal dat de Tibetaanse manier van schrijven uit Kashmir komt. De orthografische analyse openbaart dat het Tibetaanse alfabet eigenlijk distinctief slechts de eigenschappen van het Khotanese manuscript volgt.
Daarna, was er veel meer contact met het Boeddhisme uit China en Khotan dan dat er was met het Indische Boeddhisme. De godsdienst Bon echter, bleef sterker in Tibet aanwezig. Meer dan het Boeddhisme tijdens deze vroegste periode.


De Oudste Periode van de Transmissie (Nyingma)


Medio-achtste eeuw steeg een andere grote keizer “Tri Songdetsen” aan de troon. Hij ontving een visioen over het toekomstig Boeddhistisch onderwijs in Tibet en in overeenstemming met dit visioen nodigde hij een groot Boeddhistisch leraar (Shantarakshita)uit. Spoedig na de aankomst van de Indische Abt brak een pokkenepidemie uit. De hofministers die tegen alle buitenlandse invloeden in Tibet waren beschuldigden Shantarakshita van de pokken en verdreven hem uit Tibet.
Alvorens weg te gaan adviseerde Shantarakshita de Keizer om Guru Rinpoche (Padmasambhava) uit te nodigen en hem de ongunstige hechtheden en de problemen in het land te beteugelen. Tri Songdetsen volgde deze raad op en toen Padmasambhava kwam bevrijdde hij Tibet van deze “verstoring”. De Keizer nodigde toen Shantarakshita weer uit om terug te keren. Er waren reeds verscheidene Boeddhistische tempels in het land maar nu bouwden zij voor het eerst een klooster in Tibet (In Samyay) In het zuiden bij Lhasa. De Indische Abt kondigde de eerste monniken aan.

Guru Rinpoche onderwees maar weinig van het Boeddhisme in Tibet. Hij begroef de meeste teksten denkend dat de Tibetanen er nog niet ontvangkelijk voor waren. Deze teksten waren van het hoogste tantraonderwijs genaamd dzogchen, de grote volmaaktheid.

Hierna werkte Chinezen, Indiėrs, en geleerden vanuit Zhang-Zhang-Zhung eensgezind in het klooster Samyay waar ze samen de teksten vertaalde van hun eigen tradities. Spoedig werd het Boeddhisme gemaakt de tot een staatsgodsdienst. De Chinezen hadden op dat moment de grootste invloed daarom stuurde de Chinese keizer om de twee jaar twee monniken naar Samyay. De vorm van het Boeddhisme wat deze monniken volgde was Chan, de Chinese voorganger van Japanse Zen.

Shantarakshita voorspelde een conflict met de Chinezen. Onthoud dat deze godsdienstige geschiedenis niet in een vacuüm gebeurde; het gebeurde met betrekking tot de politieke geschiedenis en er waren heel wat oorlogen tussen China en Tibet op dat moment. Shantarakshita zei dat ze zijn discipel Kamalashila moesten uitnodigen, om elk probleem wat er mocht ontstaan op te lossen.

Ondertussen, stuurde Keizer Tri Songdetsen meer Tibetanen naar India om het onderwijs terug te brengen en meer Indiėrs uit te nodigen om naar zijn land te komen. Meer teksten werden begraven, omdat er zo veel oorlogen met China en Centraal Aziė waren en omdat de ministers tegen elke buitenlandse invloed in Tibet waren. Het was dan ook logisch dat er een vervolging van Bonpos in Samyay bij het hof was. Bonpo was hoofdzakelijk van Zhang-Zhang-Zhung.

Er was ook een Dharma debat tussen Kamalashila, de Indiėr, en de Chinese vertegenwoordiger. De Chinezen verloren. Het was logisch dat een meester in de Chan, in een logisch debat de meester in de logica van India niet kon verslaan. Het was geen wedstrijd: De vaklieden van Chan hadden namelijk geen opleiding in de logica. En om vele redenen kan men stellen dat het debat een politieke beweging was die werd genomen als een verontschuldiging voor het verdrijven van de Chinezen en voor de goedkeuring om het Indisch Boeddhisme als belangrijkste vorm van Boeddhisme in Tibet te adopteren. Van alle koninkrijken en imperiums van de buren van Tibet, vormden de Indiėrs de minste militaire bedreiging.

Veel meer vertalingen vonden na deze gebeurtenis plaats. In de vroege negende eeuw onder sponsoring van de keizer compileerden de geleerden een Sanscritisch-Sanskrit-Tibetaans woordenboek en standaardiseerden de vertalingen en de stijl. Het is vrij interessant dat de geleerden geen tantra uitspraken in het woordenboek opnamen; tantra was destijds vrij controversieel.

Atisha

In de medio-negende eeuw vond de beruchte vervolging van het Boeddhisme door de Keizer Langdarma plaats. In plaats van Langdarma in de duivel transformeren zoals de godsdienstige geschiedenissen neigen te doen kan het objectiever zijn om deze vervolging als reactie te zien, gericht op de kloosters en monniken in Samyay die probeerden teveel invloed binnen de overheid te krijgen. Teveel van de belastingen die door de staat werden opgeheven ging naar het steunen van de kloosters, waardoor de economische last onhoudbaar was geworden.

Wat Langdarma deed was niet de kloosters sluiten en het Boeddhisme proberen te vernietigen. Hij vernietigde bijvoorbeeld niet de Boeddhistische bibliotheken, want Atisha vond ze toen hij een eeuw later in Tibet aan kwam. Boeddhisme duurde voort buiten de kloosters. Wat was begonnen alvorens en voortdurend tijdens deze zogenaamde “oude transmissieperiode” (oude vertaalperiode) is later de “oude traditie geworden” de Nyingma traditie


De Nieuwe Periode van de Transmissie


Zoals reeds vermeld, was er al een vervolging van het Bon vele jaren voordat de vervolging van Boeddhisme plaats vond. Zoals Guru Rinpoche en andere Boeddhistische meesters op dat ogenblik, hadden ook verscheidene Bon meesters hun teksten voor bewaring begraven. In de vroege tiende eeuw, begonnen Bonpos hun teksten op te graven, die niet alleen over tantra, maar eveneens over sutra gingen. De Bon teksten zijn zeer gelijkwaardig aan die gevonden in het Boeddhisme. Het is vrij interessant dat de Bon traditie van het openbaren van schatteksten begon alvorens de Boeddhisten met deze traditie begonnen.

Later in de tiende eeuw, was er heel wat misverstand over tantra in Tibet dit was in de Nyingma traditie, omdat het buiten de kloosters had overleefd. De mensen namen het onderwijs te letterlijk, in het bijzonder hetgeen wat ging over seks en geweld. De fascinatie van seks en geweld is niet iets nieuws in de maatschappij; zij hadden het eveneens in die tijden.

Zoals voorheen stuurde de koning op dat ogenblik geleerden naar India om het onderwijs weer eens terug te brengen en te proberen om de misverstanden te verbeteren. Het misverstand kwam hoofdzakelijk omdat er geen kloosters meer waren om de studie en de opleiding te standaardiseren. Nu krijgen wij wat de “nieuwe transmissieperiode” wordt genoemd (Sarma, nieuwe vertaalperiode). Op dat moment begonnen de Boeddhistische tradities Kadam, Sakya, en Kagyu. Deze namen bestonden niet in India. Dat gebeurden omdat vele verschillende vertalers naar India en Nepal gingen en met verschillende reeksen teksten, het onderwijs en tantrische empowerments terugkeerden (initiatie). Diverse Indiėrs, Nepali, en de Kasjmier leraren kwamen ook aan in Tibet. Verschillende Tibetaanse stromingen komen uit deze verschillende leraren voort.

Dit fenomeen is vrij gelijkaardig aan wat wij vandaag ondervinden. Een groot aantal Tibetaanse lama’s komt naar het Westen. Nauwelijks willen ze met elkaar samenwerken en beginnen hun eigen Dharma centrum. Veel Westerlingen gaan naar India en Nepal om daar met Tibetanen in ballingschap te studeren. Veel van hen beginnen ook hun eigen Dharma centra wanneer zij terugkeren. We hebben stromingen van Kalu Rinpoche, Shamar Rinpoche, Sogyal Rinpoche, Namkhai Norbu Rinpoche, Lama, Yeshe, Geshe, Thubten Ngawang, Geshe Rabten, Trungpa Rinpoche: het zo gaat het door. Geen van hen bestond in Tibet. Het zijn de westelijke mensen die zeggen, “ik ben een aanhanger van Kalu Rinpoche,” “ik ben een aanhanger van Namkhai Norbu” – wij identificeren ons met een leraar. Stromingen in Tibet vormden zich op dezelfde manier zoals ze nu ook in het Westen vormen. Zij waren volledig nieuw; zij bestonden voorheen niet.

Zoals vandaag de dag zijn er veel mensen die talrijke leraren hebben, zodat de stromingen kruisen en zich vermengen op een of andere manier. In plaats van nog meer Dharma centra te openen richtten zij kloosters op. Wat er toen gebeurde en hopelijk ook in het Westen zal gebeuren is dat verscheidene van deze stromingen met hun verschillende onderwijs en leraren zich combineerden om zo een aantal duurzaame scholen te vormen. Het is onmogelijk voor twee honderd verschillende smaken van het Boeddhisme om te overleven. De transmissielijnen van de diverse praktijken, teksten, en tantrische empowerments kwamen samen en voegde samen in de scholen Kadam, Kagyu, en Sakya tijdens deze nieuwe periode. De diverse lijnen die in Tibet vóór deze nieuwe fase waren voegde samen in Nyingma en de Bonpo scholen. Voorafgaand aan deze periode, waren er slechts verspreide kloosters geweest, geen samengevoegde scholen.

De vijf Tibetaanse tradities hebben geen inherente identiteiten. Het zijn overtuigingen, die verschillende lijnen van verschillende leraren samenbrengen – lijnen van het onderwijs en empowerments die de bezoekende leraren in Tibet achterlieten. Zo konden de vijf Tibetaanse tradities van het Boeddhisme en het Bon , beginnen aan het eind van de tiende eeuw.


Kadam en Gelug 


De stroming Kadam komt voort uit de Indische meester Atisha. Een van de opmerkelijke eigenschappen van deze traditie was het lojong onderwijs. Lojong wordt gewoonlijk vertaald als “gedachten training” Deze stroming werd in drieėn verdeeld, en toen weer hervormd door Tsongkhapa om in de recente veertiende en vroeg vijftiende eeuw de traditie te worden die nu Gelug heet.

Een van de meest opmerkelijkste verwezenlijkingen van Tsongkhapa was dat hij bijna de volledige Boeddhistische literatuur die beschikbaar was in een dag gelezen heeft. Veel teksten hebben verscheidene versies in het Tibetaans. De meeste van deze teksten waren al drie of vier keer vertaald en had een breed assortiment van commentaren. Tsongkhapa las bijna elk van hen – sutra en tantra – en vergeleek alles met elkaar. Hij ging door en schreef, “betreffende deze passage, vertaalt van deze versie het als dit is en die versie als dat is, en dit commentaar verklaart het als dit en dat als dat. En deze vertaling of deze verklaring is onlogisch, omdat het dit en dat… “tegenspreekt

Op deze wijze, kwam Tsongkhapa tot een conclusie wat in verband stond met de correcte vertaling en begrip van alle belangrijkste teksten. Hij verklaarde niet alleen zijn bevindingen aangezien “dit is wat deze passage, omdat ik dat zeg,” hij steunde alles met logica en redeneerde de betekenis. Voorts concentreerde hij zich vooral op de moeilijkste passages van elke tekst, degenen die iedereen over sloeg. Zijn werken werden de grondlegger van de school Gelug.

Tsongkhapa had veel discipelen. Een van hen werd later de “Eerste Lama Dalai,” genoemd hoewel de naam “Dalai Lama” niet in die lijn voorkwam tot de derde reļncarnatie kwam. De naam Derde Dalai Lama werd gegeven door de Mongolen. Het was de Vijfde Dalai Lama, in het midden van de zeventiende eeuw die de politieke regering van Tibet bereikte, dat aan hem ook door Mongolen gegeven was. Mongoliė deed dit hoofdzakelijk om de 150-jaar-lange Tibetaanse burgeroorlog te beėindigen en de eenheid en stabiliteit in het land te bevorderen. De Dalai Lama werdt toen de beschermer van alle tradities binnen Tibet, niet alleen Gelug, hoewel de Dalai Lama lijn oorspronkelijk was voort gekomen vanuit de Gelug school. De Vijfde Dalai Lama’s belangrijkste leraar is later bekend komen te staan als de “eerste Panchen Lama”


Sakya 


De Sakya stroming kwam hoofdzakelijk bij de Indische meester Virupa vandaan. Van hem, leidt het onderwijs af dat te boek staat als Lamdray “De weg en zijn resultaten,” Het is een onderricht die zowel sutra en tantra combineert. De school Sakya ontwikkelde zich door een lijn van vijf meesters, allen die tot dezelfde edele familie behoren. Een van hen, Chogyal Pagpa, werd het politieke regentaat van Tibet in de dertiende eeuw gegeven door de Mongoolse Keizer Kublai Khan. Deze stap vestigde voor de eerste keer politieke eenheid in Tibet tijdens de nieuwe vertaalperiode.


Kagyu 


De Kagyu traditie heeft twee belangrijke lijnen. Een is Shangpa Kagyu, Een stroming die Kalu Rinpoche leidde. Het kwam van de Tibetaanse meester Kyungpo Neljor, die naar India aan het begin van de elfde eeuw ging en terug kwam met diverse teksten, hoofdzakelijk van Naropa en twee grote vrouwelijke meesters, Yoginis Niguma en Sukhasiddhi.

De andere belangrijke lijn binnen Kagyu is Dagpo Kagyu. Dit is de lijn die van Tilopa naar Naropa liep en overging naar de Tibetanen Marpa, Milarepa, en Gampopa. Nadat Gampopa, de lijn in twaalf stromingen onder zijn studenten verdeeld had en de daarop volgende generatie van studenten. Zijn er van de twaalf, slechts drie wijdverspreid en gekend vandaag de dag in het Westen. De Karma Kagyu school is opgericht door eerste Karmapa, een directe student van Gampopa. De andere twee zijn Drugpa en Drikung Kagyu.

Traditioneel, was elke school Kagyu onafhankelijk, zonder dat er een algemeen hoofd van alle lijnen binnen het Kagyu aanwezig is. Toen de huidige Tibetaanse vluchtelinggemeenschap naar India op het tijdstip van de opstand in Lhasa in 1959 vluchtte, was het de meest eminent hoofd van de stroming Kagyu (Zestiende Karmapa ) die ontsnapten. Om met het nieuwe vestigingsproces mee te helpen, werd hij voorlopig verkozen als leider voor alle stromingen Kagyu. Tegenwoordig, hebben de diverse tradities Kagyu hun individuele wegen hervat.

In de vroege elfde eeuw is er een nieuwe vertaalscholen te voorschijn gekomen. Zo begonnen de Nyingma meesters de teksten aan het licht te brengen die vroeger werden begraven. Longchenpa bracht hen in de dertiende eeuw samen om de tekstuele basis voor de Nyingma school te vormen. De traditie Nyingma is waarschijnlijk het minste uniform van de diverse Tibetaanse scholen; elk van de kloosters is vrij onafhankelijk.


De niet centiare beweging Rimey 


Rimey of “de niet sectaire beweging.” Dit begon in de vroege negentiende eeuw in Kham, Zuidoostelijk van Tibet. Het grondlegging kwam uit de stromingen Kagyu, Sakya, en Nyingma. Onder hen, misschien was het meest bekend Eerste Kongtrul Rinpoche, Jamgon Kongtrul. De belangrijkste reden om de beweging Rimey te beginnen was om alle stromingen en teksten van alle tradities, met inbegrip van Gelug te bewaren, die op dat ogenblik zeldzaam geworden waren.

Sommige Westelijke geleerden speculeren oven een extra verborgen politiek programma achter de totstandbrenging van de beweging Rimey. De school Gelug was uiterst sterk geworden en uitgegroeid tot de belangrijkste traditie in Centraal en Noordoostelijk Tibet (Amdo). Voorts overheersten de aanhangers van de Gelug school de Centrale Tibetaanse Overheid. De andere tradities voelden zich misschien bedreigd daardoor en door samen te werken, zouden zij van mening kunnen geweest dat zij niet alleen hun identiteiten konden bewaren, maar ook een alternatieve verenigende kracht voor Tibet konden ook voorstellen. Aldus,